Habitatherstel

De legsels van patrijzen bestaan uit 10-20 eieren. Met voldoende natuurlijk voedsel, met inbegrip van plantenzaden gedurende het hele jaar en insecten in de periode dat jongen snel groeien, kan de populatie snel toenemen. Echter, als een soort die op de grond nestelt, in relatief grote aantallen voor kan komen en een lichaam dat zich het best omschrijven als mollig en rond, zijn ze ook aantrekkelijk als prooi voor veel roofdieren. Zij gedijen daarom het best in gebieden met een goede schuilplaatsen tegen zoogdieren in de periode dat ze eieren leggen en broeden op hun grote aantal eieren en in gebieden waar weinig bomen zijn die als uitkijkposten dienen voor buizerds, haviken en kraai-achtigen (zie ook de Menu-link over predatie). Waar de landbouw weinig graanzaden achterlaat na de oogst, zijn andere voedingsgewassen (of kunstmatige voeding) belangrijk. Een goede diversiteit van wilde planten is zeer wenselijk, om te zorgen dat er gedurende het hele jaar zaden zijn en voor het in stand houden van insectenpopulaties die weer nodig zijn om de kuikens van patrijzen en andere vogels van landbouwgebieden te voeden.

Habitat vereisten van het leefgebied van de patrijs verschillen gedurende het jaar als gevolg van hun levensgeschiedenis. In principe heeft de soort voedsel nodig, dekken tegen roofdieren en bescherming tegen weersomstandigheden, die verschillen tijdens de nestperiode, he grootbrengen van het kroost en na de oogst in de zomer. In iedere periode is er geschikt habitat nodig. Verlies en de achteruitgang van de habitat die in elke fase nodig zijn verschillen van land tot land en van streek tot streek. Mogelijkheden voor het herstellen van een goede variëteit aan wilde planten varieert ook voor particulier en openbaar land dat wordt gebruikt voor de landbouw, als boerentuinen, parken of andere voorzieningen, en wegbermen.

Habitat om te nesten en kuikens groot te brengen

De doorsnede van een kavelgrens met habitat voor patrijsnesten (© GWCT)
De doorsnede van een kavelgrens met habitat voor patrijsnesten (© GWCT)

Patrijzen zitten 5-6 weken op het nest om eieren te leggen en te broeden. Daarom is het uiterst belangrijk dat ze goed beschut zijn tegen ontdekking door door zoogdieren en roofvogels (die het vrouwtje zou kunnen doden) en kraaiachtigen (die de eieren eten) en afwatering bij regen. Het plaatje laat een wat hogere houtwal tussen de velden zien met een haag erop. Hoog gras en dichte begroeiing zorgen voor goede dekking voor het nest. Bij afwezigheid van begroeiing op de kavelgrenzen, kunnen "onkruidstroken" aangelegd worden. Deze stroken met pollen meerjarige grassen zijn een hulp bij in stand houden van nuttige insecten die schadelijke insecten eten en nestplaatsen bieden.

Voor de broedsels van de patrijs is het nodig om dichtbij het broedhabitat leefgebied te vinden dat dekking kan te bieden tegen roofdieren en waar ook voedsel te vinden is. Hoog opgroeiende landbouwgewassen zorgen een goede bescherming tegen roofvogels. Echter, naast hun jaarrond behoefte aan zaden als voedsel hebben patrijzen ook insecten nodig, vooral wantsen larven van bladwespen voor de opgroeiende kuikens. Geschikte insecten groeien op allerlei planten, die gevonden woorden in de gewassen en akkerranden. Deze akkerranden van 6-24 m breed moeten in de zomer vrij blijven van herbiciden en insecticiden Fungiciden en selectieve herbiciden kunnen gebruikt worden om het ergste onkruid in de herfst verwijderen. Als er geen alternatief voor het gebruik van een bestrijdingsmiddel in de zomer, moet de sproeimachine worden uitgeschakeld voor de buitenste 12 m van het veld.

Onderzoek heeft aangetoond dat bouwland kan volstaan met 3-7% voor de patrijs geschikte vegetatie. Omdat lijnelementen het eenvoudigst kunnen worden doorzocht door roofdieren, kan een economisch alternatief voor smalle akkerranden zijn de aanplant van bredere bloemrijke stroken voor de productie van biogas. Om late patrijsbroedsels te helpen, zouden deze niet mogen worden gemaaid dan na half augustus. Bloemenstroken en keverbanken zouden niet ieder jaar helemaal gemaaid moeten worden, om dekking voor de vogels te bevorderen en het opkomen te stimuleren van tweejarige planten. Om predatie in deze stroken en wallen te belemmeren, zouden ze niet verbonden moeten zijn met akkerranden.

Na de graanoogst

Patrijzen vliegen op vanuit een stoppelveld in de winter (© M Williams)
Patrijzen vliegen op vanuit een stoppelveld in de winter (© M Williams)

In de moderne landbouw is voedselvoorziening in de winter extra belangrijk. Bovendien zijn de velden meestal zeer kaal, dus dekking tegen roofdieren is ook belangrijk. Het is nuttig om stoppels zolang mogelijk na de oogst te laten staan. Stoppels kunnen worden verbeterd door onderzaai met stikstofbindende planten, voedsel voor patrijzen (zowel planten en insecten) en dekking voor de winter. Aanplant van strips van quinoa (of gierst) en boerenkool bieden zowel voedsel en dekking zelfs na lichte sneeuwval, en bij voorkeur in plaatsen zo ver van het bos als mogelijk. In onbewerkte grond kunnen natuurlijke zaadrijke soorten zoals Chenopodium (met de toepasselijke Engelse naam: Fat-hen) worden bevorderd. Voedersilo's kunnen ook worden gebruikt, maar idealiter goed beschermd tegen zoogdieren die het zaad zouden kunnen stelen en afgeschermd van roofvogels. Bezoek de nationale sites via de links hieronder gelinkt voor geschikte ontwerpen te bekijken en om meer over habitats op uw land te weten te komen.

Hoe leefgebied van de patrijs andere soorten beïnvloed

Een goed patrijzenhabitat heeft ook invloed op andere soorten. Het zoveel mogelijk vermijden van het gebruik van herbiciden en insecticiden is goed voor veel planten waar mensen en insecten plezier aan beleven (zoals voedsel voor vele andere dieren en bloembestuiving). De weelde aan vlinders, hommels, andere insecten en zaad van wilde planten waar patrijzen zich mee voeden, zijn ook belangrijk voor andere vogels die ook zeldzaam worden op landbouwgrond. Houtwallen als patrijzenhabitat en bloemrijke stroken zijn de leefomgeving voor insecten die andere schadelijke insecten eten. Wallen met hagen erop breken de wind over de velden, zijn een bescherming voor nesten van andere vogels en voedsel voor hen in de winter. Voor patrijzen moeten hagen niet hoog zijn, of meer dan 10 bomen per kilometer hebben,omdat dit uitkijkposten kunnen zijn voor roofvogels en kraaien. Ook andere zeldzame soorten kunnen profiteren van beheermaatregelen om predatie op patrijzen te verminderen.

op het internet

Uw nationale Perdix site geeft de mogelijkheden aan om leefgebieden te beheren voor de patrijs en andere soorten in uw land